KLIM-OP Grobbendonk wordt duurzame en multifunctionele kindercampus
De gemeentelijke basisschool KLIM-OP aan het Bovenpad in Grobbendonk krijgt de komende jaren een grondige facelift. De gemeente kiest daarbij voor een combinatie van nieuwbouw en renovatie. Een nieuwe kleuterschool en sporthal worden toegevoegd aan de bestaande infrastructuur, die op haar beurt grondig wordt aangepakt. Die combinatie maakt het project interessanter dan een klassieke schoolnieuwbouw. De bestaande gebouwen blijven onderdeel van het toekomstige campusmodel, terwijl de nieuwbouw bijkomende capaciteit en nieuwe functies opneemt. De uitdaging bestaat erin de verschillende bouwdelen tot één samenhangend geheel te laten functioneren.
Bestaande infrastructuur als vertrekpunt
De keuze om renovatie en nieuwbouw te combineren vertrekt vanuit de bestaande toestand van de schoolsite. In plaats van de volledige infrastructuur te vervangen, wordt nagegaan welke gebouwen opnieuw kunnen worden ingezet en welke functies beter in nieuwe volumes worden ondergebracht.
Voor een schoolgebouw betekent dat een dubbele technische opgave. Enerzijds moeten bestaande gebouwen worden aangepast aan de hedendaagse verwachtingen inzake comfort, energiegebruik, veiligheid en functionaliteit. Anderzijds moet de nieuwbouw beantwoorden aan de actuele eisen voor onderwijsinfrastructuur.
Ook de aansluiting tussen oud en nieuw vraagt aandacht. Circulatie, toegangen, brandveiligheid, technieken en toegankelijkheid moeten ‘campusbreed’ worden bekeken. De verschillende gebouwen moeten samen een logisch functionerende schoolomgeving vormen.
Nieuwe kleuterschool
Een belangrijk onderdeel van het project is de realisatie van een volledig nieuwe kleuterschool. Daarmee krijgt de jongste leeftijdsgroep infrastructuur die specifiek op haar noden kan worden afgestemd. Bij kleuteronderwijs speelt de relatie tussen klasruimte, circulatie en buitenruimte een belangrijke rol. De campus wordt daarom niet uitsluitend vanuit het klaslokaal ontworpen. Ook de verbinding met speel- en verblijfsruimtes maakt deel uit van het ruimtelijke concept. Die benadering sluit aan bij de evolutie van schoolarchitectuur waarbij circulatieruimtes niet langer uitsluitend als verbindingszones worden beschouwd. Ze kunnen tegelijk functioneren als ontmoetings-, leer- en verblijfsruimte. Voor een basisschool is die flexibiliteit belangrijk omdat ruimtes doorheen de schooldag verschillende gebruiksscenario’s kunnen krijgen.
Het principe bouwt voort op de ervaring met de kindercampus die Grobbendonk eerder in Bouwel realiseerde
Sporthal met dubbele functie
Naast de kleuterschool voorziet het project in een nieuwe sporthal. Tijdens de schooluren vormt de sporthal een onderdeel van de onderwijsinfrastructuur. Daarbuiten moet ze beschikbaar zijn voor verenigingen en andere gebruikers uit de gemeente. Dat heeft gevolgen voor de ruimtelijke organisatie: een multifunctionele sportfunctie vraagt om een duidelijke scheiding tussen schoolgebruik en gebruik door derden. Een onafhankelijk bruikbare toegang kan ervoor zorgen dat delen van de campus buiten de schooluren toegankelijk zijn zonder dat de volledige schoolinfrastructuur moet worden geopend. Ook sanitair, bergingen, circulatie en technische voorzieningen moeten daarbij afgestemd worden op verschillende gebruiksmomenten. Het principe bouwt voort op de ervaring met de kindercampus die Grobbendonk eerder in Bouwel realiseerde, waar verschillende functies op één locatie werden samengebracht.
Onderwijs en opvang geïntegreerd
Ook de buitenschoolse kinderopvang van KIKOEN krijgt een plaats binnen de vernieuwde campus. KIKOEN organiseert vandaag al opvang vanuit de locatie van KLIM-OP aan het Bovenpad. De integratie van opvang zorgt voor een functionele koppeling tussen onderwijs en opvang. Ruimtes moeten daardoor niet alleen tijdens de schooluren functioneren, maar ook voor en na de lessen, tijdens woensdagnamiddagen en op schoolvrije momenten. Dat vraagt om een duidelijke zonering en ontsluiting. Bepaalde delen van de campus moeten buiten de schooluren afzonderlijk kunnen worden gebruikt, terwijl andere zones afgesloten blijven. Zo kan de infrastructuur intensiever worden benut zonder de schoolwerking te verstoren.
Duurzaamheid op gebouwniveau
Duurzaamheid vormt een expliciet uitgangspunt van het project. De gemeente koppelt de vernieuwing aan energiezuinige en toekomstbestendige bouw- en renovatietechnieken, met aandacht voor een gezond en comfortabel binnenklimaat. Voor de renovatie betekent dit dat de bestaande gebouwen technisch naar een hedendaags niveau moeten worden gebracht. Bij nieuwbouw kunnen energieprestatie, gebouwschil en technische installaties vanaf de ontwerpfase geïntegreerd worden benaderd. Voor een onderwijsgebouw is vooral de combinatie van energieprestatie en binnenmilieu relevant. Een school kent een hoge bezettingsgraad en wisselende gebruikspatronen. Ventilatie, verwarming, eventuele koeling en regeling moeten daarom worden afgestemd op het werkelijke gebruik van de ruimtes. Ook daglicht en thermisch comfort zijn bepalend voor de kwaliteit van de leeromgeving. De duurzaamheidsambitie gaat daarmee verder dan het beperken van het energieverbruik en omvat ook het comfort van leerlingen en personeel.
De gemeente koppelt de vernieuwing aan energiezuinige en toekomstbestendige bouw- en renovatietechnieken, met aandacht voor een gezond en comfortabel binnenklimaat.
Flexibiliteit als ontwerpprincipe
De multifunctionele ambities hebben een rechtstreekse impact op het ontwerp. Een ruimte die overdag deel uitmaakt van de school en ’s avonds door een vereniging wordt gebruikt, moet eenvoudig van gebruik kunnen veranderen. Daarbij zijn niet alleen de afmetingen van lokalen belangrijk, maar ook hun onderlinge relaties, de mogelijkheid om zones af te sluiten en de bereikbaarheid van gemeenschappelijke functies. Een flexibele indeling kan bovendien de levensduur van de infrastructuur verlengen: veranderende onderwijsconcepten of gebruiksbehoeften hoeven niet automatisch tot ingrijpende verbouwingen te leiden.
Buitenruimte als onderdeel van de campus
Ook de buitenomgeving wordt in de vernieuwing meegenomen. De campus wordt niet benaderd als een verzameling gebouwen met een klassieke speelplaats ertussen, maar als één geïntegreerde omgeving. Toegankelijkheid, veilige circulatie en de relatie tussen speel- en verblijfszones worden daardoor onderdeel van het totale campusontwerp. Een groene inrichting kan bovendien bijdragen aan waterbuffering, schaduw en het beperken van hittestress. Voor de schoolomgeving heeft een kwalitatieve buitenruimte daarnaast een educatieve meerwaarde.
Ontwerp vanuit participatie
Aan het ontwerp ging een participatief traject vooraf waarbij directie, leerkrachten en betrokken partners werden meegenomen in de ontwikkeling van de toekomstige campus. Dat is bij een project van deze omvang relevant omdat de bouwkundige organisatie nauw moet aansluiten bij de dagelijkse werking. De relaties tussen lokalen, circulatie, opvang, sport en gemeenschappelijke ruimtes worden immers bepaald door de verschillende gebruiksscenario’s.
Gefaseerde realisatie
De vernieuwingsoperatie bevindt zich momenteel nog in de voorbereidings- en gunningsfase. Volgens de huidige planning zouden de werken, afhankelijk van het verloop van het gunningstraject, in de loop van het schooljaar 2027-2028 kunnen starten.