Transformatieve campus in het groen
Programma, fasering en campustypologie
Centraal in de vernieuwing staan een sporthal, een praktijk- en onderwijsgebouw en kleinschalige woongebouwen voor langverblijf en een begeleidingsleefgroep. Samen vormen ze een compact ensemble rond een groot groen campusplein dat fungeert als ruimtelijk en sociaal zwaartepunt. Het ontwerpteam – Gortemaker Algra Feenstra, Licence to Build en Groep Infrabo – kiest voor een helder leesbare structuur waarin publieke, semipublieke en besloten zones logisch op elkaar aansluiten. Historische hoofdgebouwen worden gerenoveerd en herbestemd tot administratieve ruggengraat met een nieuw onthaal aan de straatzijde, terwijl de nieuwbouwvolumes zich als herkenbare objecten in het groen rond het plein positioneren.
Het project wordt gefaseerd gerealiseerd terwijl de campus in gebruik blijft. Eind 2025 zijn het eerste nieuwe woongebouw, de sporthal en het onderwijsgebouw opgeleverd en in gebruik genomen door jongeren en begeleiders. In de daaropvolgende jaren volgen onder meer een tweede woongebouw, een nieuw onthaal en de grondige renovatie van het administratieve en logistieke hoofdvolume, samen met de verdere uitbouw van de buitenruimte. De volledige transformatie wordt richting het einde van het decennium afgerond.
Volumetrie en architectonische taal
De volumetrie van de nieuwbouw draagt sterk bij aan de leesbaarheid van de campus. De sporthal manifesteert zich als een robuust en compact volume met geïntegreerde sporthal, fitness en dojo, logisch georganiseerd met korte en overzichtelijke circulatie. Het praktijk- en onderwijsgebouw wordt opgevat als een langgerekt volume met sheddaken waarin ateliers voor hout- en metaalbewerking, horecafuncties en theorielokalen onder één herkenbaar profiel zijn samengebracht. De woongebouwen hebben een meer huiselijke schaal en zijn kleinschalig geschakeerd. Door hun positionering rond het plein versterken ze het campusschema zonder een institutioneel karakter op te roepen. De lagere bouwhoogte van sport- en onderwijsgebouwen ten opzichte van de bestaande bebouwing bewaart zichtlijnen naar het landschap en het centrale plein.
Materialisatie en gevelbeeld
Materialisatie en gevelbeeld ondersteunen de functionele differentiatie. De woongebouwen krijgen een gevel in rode baksteen, aansluitend bij de bestaande architectuur en geschikt voor intensief gebruik binnen een zorgcontext. Voor het praktijk- en onderwijsgebouw is gekozen voor houten gevelbekleding en grote gevelopeningen, wat zorgt voor een warm en tactiel karakter. De sheddaken laten via noorderlicht diep daglicht toe in de ateliers en verbeteren zo het binnenklimaat. De sporthal sluit met haar sobere, monolithische vorm aan bij deze architecturale taal en blijft via gerichte openingen visueel verbonden met het campusplein.
Interieurs, daglicht en circulatie
Binnenin staan daglicht, zicht op groen en overzichtelijke circulatie centraal. In het woongebouw beschikt elke jongere over een eigen kamer met ruimte voor persoonlijke inrichting, wat autonomie en eigenheid ondersteunt binnen een beveiligde context. Ruime leefruimtes met grote glaspartijen leggen een directe relatie met het landschap en het campusplein. In het praktijk- en onderwijsgebouw zijn ateliers en lokalen zo georiënteerd dat daglicht en doorzichten naar buiten vrijwel overal aanwezig zijn. De sporthal is compact georganiseerd, waardoor verplaatsingen kort blijven en begeleiders met duidelijke zichtlijnen kunnen werken.
Landschap en buitenruimte
Het landschapsontwerp vormt een dragende laag onder de architectuur. Waar de oude campusstructuur steunde op binnenkoeren en harde grenzen, kiest het nieuwe concept voor een doorlopend groennetwerk waarin de gebouwen als objecten in een groen tapijt zijn opgenomen. Het centrale plein fungeert als scharnier tussen wonen, leren en sporten en biedt ruimte aan verschillende sferen: open zones voor gezamenlijke activiteiten, meer besloten tuinen bij de leefgroepen en functionele sportzones. Hoogteverschillen, beplanting en volumepositionering verzachten de overgangen tussen open en besloten ruimtes en creëren gradaties in privacy en toezicht.
Bouworganisatie, duurzaamheid en veiligheid
Omdat de campus tijdens de werken operationeel blijft, is gekozen voor een bouwteamformule met nauwe samenwerking tussen bouwheer, ontwerpers en aannemer Vanhout. Fasering en veiligheid zijn daarbij bepalend voor de positionering en realisatie van de nieuwbouw. De duurzaamheidsmeter GRO fungeert als kader voor energie, materialen, water, mobiliteit en binnenmilieu. Dit vertaalt zich in compacte en goed geïsoleerde volumes, een duidelijke functiescheiding en de inzet van hernieuwbare energie, onder meer via warmtepompen. De landschappelijke inbedding en vergroening dragen bovendien bij aan klimaatadaptatie en het beperken van hittestress.
Normalisering en eigenheid
Campus De Hutten herdefinieert het spanningsveld tussen veiligheid, geslotenheid en normalisering. Niet muren of barrières, maar overzichtelijke structuren, korte zichtlijnen, kleinschalige leefgroepen en een uitnodigende buitenruimte vormen de basis van het ontwerp. De nieuwe gebouwen zijn de ruimtelijke vertaling van deze ambitie: een hedendaagse, groene campus die voldoet aan de geldende veiligheids- en zorgvereisten en tegelijk een herkenbare en niet‑institutionele leef‑ en leeromgeving biedt.
Beelden: Lucas van der Wee / Gortemaker Algra Feenstra / Vanhout