Pyxiscollege Lanaken: compacte parkcampus voor 1.050 leerlingen
Het ontwerp van dbv architecten en OM/AR Architecten vertaalt de pedagogische visie van de school in een open leeromgeving, opgebouwd uit drie compacte volumes. De campus wordt gerealiseerd binnen een DBFM-formule (Design, Build, Finance, Maintain), met bijzondere aandacht voor energieprestaties, flexibiliteit en onderhoud op lange termijn.
Verspreide school wordt één geheel
Vandaag is het Pyxiscollege nog verspreid over verschillende locaties in Lanaken. Het brede studieaanbod — van doorstroom- tot arbeidsmarktgerichte finaliteiten — zit daardoor fysiek uit elkaar. De nieuwe campus moet daar verandering in brengen. Door alle richtingen te centraliseren, wil de school samenwerking stimuleren en de interne organisatie efficiënter maken.
De bouwheer, vzw Scholengemeenschap Lanaken in samenwerking met Pyxiscollege Lanaken, vertaalde die ambitie in duidelijke ruimtelijke principes: openheid, veel daglicht, gedeelde functies en flexibele leeromgevingen die breken met het klassieke celonderwijs.
School als onderdeel van het park
De nieuwe campus krijgt een prominente plek aan de toegangspoort van Lanaken en neemt daardoor ook een representatieve rol op. Toch kiest het ontwerp bewust niet voor een massief gebouw langs de straat. In plaats daarvan worden drie compacte volumes ingeplant in een groene parkstructuur, met zichtlijnen die het achterliggende landschap maximaal openhouden.
De buitenruimte speelt een volwaardige rol in het project. In totaal wordt ongeveer 17.000 m² ingericht met sportvelden, speelinfrastructuur, zitplekken en groene verblijfszones. Die buitenomgeving maakt integraal deel uit van de leercontext.
Drie volumes rond een gedeeld hart
De campus omvat circa 13.000 m² bruto vloeroppervlak, georganiseerd in drie bouwblokken rond een centrale groene as. Die heldere structuur moet de school overzichtelijk en leesbaar maken voor leerlingen en bezoekers, terwijl ze tegelijk de loopafstanden beperkt.
Centraal op de site ligt het sociale hart van de campus. Daar worden functies zoals het theater, de refter en de lerarenruimtes gebundeld. Het is de plek waar leerlingen, leerkrachten en externe partners elkaar doorheen de dag ontmoeten.
Aparte plek voor de eerste graad
Hoewel de campus inzet op samenhang, wordt ook rekening gehouden met de noden van jongere leerlingen. De eerste graad krijgt een eigen gebouw, met een aparte ingang en een eigen speelplaats. Zo ontstaat een veilige en overzichtelijke omgeving voor 12- tot 14-jarigen.
Tegelijk blijft de verbinding met de rest van de school behouden via gedeelde voorzieningen zoals sportinfrastructuur, refter en theater. De overgang naar de hogere jaren kan daardoor geleidelijk verlopen.
Flexibele leeromgeving als uitgangspunt
Het onderwijsconcept vertaalt zich in een open leerlandschap, met leerpleinen, doorwaadbare zones en clusters van klaslokalen rond gemeenschappelijke ruimtes. De klaslokalen zelf zijn bewust generiek en rechthoekig opgevat, zodat ze verschillende werkvormen kunnen ondersteunen.
Mobiele wanden, verplaatsbaar meubilair en een uitgebreide digitale infrastructuur maken uiteenlopende onderwijspraktijken mogelijk, van klassikale lessen tot co-teaching en projectmatig werken. Ook op structureel niveau is flexibiliteit ingebouwd: het draagstructuurraster laat functiewijzigingen toe zonder ingrijpende verbouwingen.
Robuuste bouw met oog voor gebruik
De gebouwen worden opgezet volgens een rationeel draagstructuurraster met repetitieve overspanningen. Dat maakt prefabricatie mogelijk en draagt bij aan een efficiënte werfplanning.
In de gevels wordt gekozen voor duurzame en onderhoudsarme materialen, gecombineerd met grote glaspartijen in de gemeenschappelijke ruimtes. Die zorgen voor transparantie en versterken de sociale controle. Binnenin ligt de nadruk op robuustheid: slijtvaste vloeren, stevige wandafwerkingen en akoestische plafonds moeten het intensieve gebruik van een schoolomgeving opvangen.
Energiezuinig en gestuurd op gebruik
De campus wordt ontwikkeld als een energiezuinig gebouw, met een performante gebouwschil als basis. De compacte bouwvorm, doordachte oriëntatie en beperking van warmteverliezen vormen daarbij het uitgangspunt.
Dat wordt aangevuld met vraaggestuurde ventilatie met warmterecuperatie en een pakket aan hernieuwbare energie, waaronder warmtepompen en zonnepanelen. Een centraal gebouwbeheersysteem stuurt alle technieken — van verwarming en koeling tot ventilatie en verlichting — op basis van bezetting, tijd en externe omstandigheden. Het doel: maximaal energie besparen zonder in te leveren op comfort.
Comfort als randvoorwaarde voor leren
De ontwerpers koppelen energieprestaties expliciet aan het binnenklimaat. Licht, luchtkwaliteit en akoestiek worden beschouwd als essentiële factoren voor leerprestaties.
Grote raampartijen, patio’s en zichten op groen zorgen ervoor dat daglicht diep in het gebouw doordringt. Tegelijk voorkomen zonwering en geoptimaliseerde glasoppervlakken oververhitting. Akoestische plafonds, zachte materialen en een zorgvuldige integratie van technieken moeten geluidsoverlast beperken en een aangename leeromgeving creëren, ook in open ruimtes.
DBFM-constructie met lange termijnvisie
De realisatie gebeurt via een DBFM-constructie onder de noemer Aurora Scholen. In dat model staat één consortium in voor ontwerp, bouw, financiering én onderhoud.
Het consortium Aurora bestaat uit investeerders EPICo en Rebel en bouwpartners Democo en Van Roey. Het onderhoud wordt voor een periode van 30 jaar opgenomen door The Energy Circle. Prestatiecriteria rond energie, comfort en beschikbaarheid zijn contractueel vastgelegd, wat moet garanderen dat de kwaliteit ook op lange termijn behouden blijft.
Oplevering voorzien in 2028
Aan de eerstesteenlegging in maart 2026 ging een voorbereidingstraject van ongeveer vijf jaar vooraf. Daarin werden onder meer het masterplan, het DBFM-programma en de vergunningsprocedures uitgewerkt.
De bestaande schoolgebouwen op de site zijn inmiddels gesloopt en de ruwbouw is opgestart. Als de planning wordt aangehouden, is de campus tegen de zomer van 2028 klaar. Ingebruikname volgt in het daaropvolgende schooljaar. Tijdens de werken blijven de huidige vestigingen in gebruik, waarna een gefaseerde verhuis moet zorgen voor een vlotte overgang naar de nieuwe campus.
Beelden © dbv architecten