38 nieuwe scholen geven impuls aan inhaalbeweging in Vlaamse schoolinfrastructuur
De nieuwe projecten vertegenwoordigen een investering van ongeveer 500 miljoen euro en zullen plaats bieden aan meer dan 20.000 leerlingen. Ze maken deel uit van de bredere investeringsstrategie waarmee Vlaanderen tijdens deze legislatuur in totaal 3,2 miljard euro wil vrijmaken voor schoolinfrastructuur. Daarmee wil de overheid eindelijk vaart zetten achter een problematiek die al jaren aansleept: voor klassieke investeringssubsidies lopen de wachtlijsten in sommige gevallen op tot zestien jaar.
Scholen als leeromgeving van de toekomst
De 38 projecten zijn verspreid over heel Vlaanderen en omvatten vrijwel alle onderwijsniveaus: van kleuter- en lager onderwijs tot secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs en volwassenenonderwijs. Opvallend is dat ook vijf projecten bestemd zijn voor het buitengewoon onderwijs, waar aangepaste infrastructuur vaak nog belangrijker is dan in het reguliere onderwijs.
Moderne schoolgebouwen moeten vandaag immers veel meer zijn dan een verzameling klaslokalen. Flexibele leeromgevingen, voldoende daglicht, een gezond binnenklimaat, goede akoestiek en multifunctionele ruimtes ondersteunen nieuwe pedagogische werkvormen. Daarnaast groeit ook de aandacht voor inclusie, toegankelijkheid, veiligheid en het welzijn van leerlingen en personeel.
Volgens Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir vormt een goed schoolgebouw geen garantie voor goed onderwijs, maar kan een slecht gebouw dat onderwijs wel dagelijks bemoeilijken. Zeker in het buitengewoon onderwijs zijn aangepaste lokalen, prikkelarme ruimtes en een doordachte inrichting essentieel om leerlingen optimaal te begeleiden.
Een goed schoolgebouw is geen garantie voor goed onderwijs, maar een slecht gebouw kan dat onderwijs wel dagelijks bemoeilijken
DBFM blijft belangrijk instrument
De geselecteerde projecten worden gerealiseerd binnen het programma Scholen van Vlaanderen, dat gebruikmaakt van een publiek-private samenwerking volgens het DBFM-principe (Design, Build, Finance & Maintain). Daarbij staat een private partner in voor het ontwerp, de bouw, de financiering én het langdurige onderhoud van de gebouwen. Vlaanderen betaalt de investering vervolgens gespreid terug over een periode van dertig jaar, vanaf het moment dat een school effectief in gebruik wordt genomen. Hierdoor kunnen grote investeringsprogramma's worden uitgevoerd zonder de volledige kost onmiddellijk op de begroting te laten wegen.
Scholen van Vlaanderen
Voor dit tweede pakket projecten werd het consortium Scholen op Maat (SOM) geselecteerd. Dat is een samenwerking tussen Invesis en Belfius. Invesis coördineert het volledige programma en investeert mee in de projecten, terwijl Belfius instaat voor de voorfinanciering en optreedt als gedelegeerd bouwheer gedurende het volledige bouwproces, van ontwerp tot oplevering.
Het DBFM-model is ondertussen een vaste waarde geworden binnen de Vlaamse scholenbouw. Het eerste perceel van het programma omvatte reeds 29 projecten. Samen moeten de drie voorziene percelen uiteindelijk goed zijn voor ongeveer 450.000 vierkante meter nieuwe schoolinfrastructuur voor zowat 85.000 leerlingen.
Meer dan alleen nieuwe gebouwen
De investeringen sluiten aan bij een bredere evolutie binnen de onderwijssector. Schoolgebouwen worden steeds vaker ontworpen als duurzame en toekomstgerichte leeromgevingen, met bijzondere aandacht voor energieprestaties, circulair bouwen, flexibiliteit en een beperkt onderhoud op lange termijn. Daarnaast groeit de rol van de school als ontmoetingsplaats voor de buurt, waardoor polyvalente ruimtes ook buiten de schooluren kunnen worden ingezet. Voor schoolbesturen biedt het DBFM-model bovendien een belangrijk voordeel: zij kunnen zich blijven focussen op hun kerntaak – onderwijs organiseren – terwijl het technisch beheer en het onderhoud gedurende dertig jaar contractueel worden opgevolgd door gespecialiseerde partners. Dat moet leiden tot gebouwen die ook op lange termijn kwalitatief blijven functioneren.
Grote uitdaging blijft
Hoewel de nieuwe investeringsronde een belangrijke stap vooruit betekent, blijft de uitdaging aanzienlijk. Vlaanderen beschikt nog altijd over een omvangrijke portefeuille van verouderde schoolgebouwen die nood hebben aan renovatie of vervanging. De combinatie van klassieke AGION-subsidies, alternatieve financieringsmodellen zoals Scholen van Vlaanderen en bijkomende instrumenten moet de komende jaren voor een structurele versnelling zorgen. Ook bijkomende initiatieven, zoals huursubsidies voor tijdelijke capaciteit en investeringen in klimaatbestendige schoolomgevingen, maken deel uit van die bredere aanpak. Met de goedkeuring van deze 38 projecten zet Vlaanderen alvast een nieuwe stap richting een modern scholenpatrimonium dat beter aansluit bij de pedagogische, technische en maatschappelijke verwachtingen van vandaag én morgen. Voor duizenden leerlingen en leerkrachten betekent dat uiteindelijk meer dan een nieuw gebouw: het creëert een leeromgeving waarin kwalitatief onderwijs alle kansen krijgt.