Sport Vlaanderen zoekt antwoord op stijgende kosten, strenge regelgeving en de klimaatimpact
We zien elkaar in het Marie-Elisabeth Belpairegebouw in de Simon Bolivarlaan 17 in Brussel, de hoofdzetel van Sport Vlaanderen. Dit agentschap van de Vlaamse overheid, vroeger Bloso, betaalde eind maart 2025 583 vaste medewerkers in zijn hoofdzetel en verschillende sportcentra en doet daarnaast jaarlijks nog een beroep op 1.764 tijdelijke medewerkers.
Sportcentra met vier prioritaire functies
De sportcentra die Sport Vlaanderen zelf beheert, hebben vier prioritaire functies: topsport, breedtesport met overnachting (1.200 bedden), opleiding en nichesporten. Het organiseert sportkampen, stages, opleidingen en events en biedt infrastructuur aan die lokaal vaak niet realiseerbaar is zoals een Dry slope in Genk, een Ninja Warrior-parcours in Herentals, een paardrijsimulator in Waregem en in de toekomst een golfsurfbad in Hofstade. In Gent werden recent een nieuwe krachtzaal en paramedische ruimte gebouwd en in Herentals investeert het i.s.m. Pidpa in een warmtenet. Elk centrum krijgt een specifieke identiteit met aandacht voor duurzaamheid, toegankelijkheid en technologische innovatie.
De realisatie van sportinfrastructuur is complexer dan ooit, maar met creatieve exploitatiemodellen maken we ze toekomstbestendig.
“Onder het motto “Practice what you preach” bieden we in ons gebouw zelf de mogelijkheid om aan middagsport (bokslessen, fitness, spinning, basketbal, verdedigingssporten) te doen. Er is zelfs een zaalvoetbalcompetitie tussen de departementen en een padel
Welke rol en opdracht vervult Sport Vlaanderen op het gebied van sportinfrastructuur?
We hebben een strategische en faciliterende rol, vertrekkend van het Globaal Sportinfrastructuurplan Vlaanderen (GSV). We stimuleren investeringen in kwaliteitsvolle infrastructuur, steunen initiatiefnemers met advies, kennis en voorbeelden en rollen beleidsinstrumenten uit. Daarnaast beheren we zelf een reeks sportcentra die fungeren als ‘centers of excellence’ voor topsport, breedtesport, opleiding en nichesporten. Zo tonen we hoe infrastructuur een maatschappelijke hefboom kan zijn. Deze centra vormen ook een opvangnet wanneer de sector de behoefte aan bepaalde infrastructuur niet kan invullen; denk aan de indoorwielerpiste in Heusden-Zolder, de Dry slope in Genk en de geplande bouw van een groot zwembadcomplex in Hofstade rond 2028.
We willen iedereen zoveel mogelijk kansen bieden om levenslang te sporten en te bewegen. Daartoe investeren we o.m. in aantrekkelijke infrastructuur en de opleiding van trainers, steeds in nauwe samenwerking met de Vlaamse sportsector en relevante partners.
Sportinfrastructuur is een maatschappelijke hefboom die gezondheid, samenhorigheid en duurzaamheid samenbrengt.
Sport Vlaanderen steunt de sportsector financieel, inhoudelijk en praktisch.
Dat doen we via subsidiëring, begeleiding, opleiding (met de Vlaamse Trainersschool), advies en begeleiding, communicatie en promotie (via o.m. de jaarlijkse ‘Maand van de Sportclub’ en de tweejaarlijkse uitreiking van de Sportbedrijf-Awards samen met Kanaal Z) en de uitbouw en exploitatie van onze centra. Daarnaast besteden we veel aandacht aan ons topsportbeleid (met 90 topsporters op onze payroll), aan het stimuleren van een veilig sportklimaat, aan een krachtig antidopingbeleid (via NADO Vlaanderen), aan het verzamelen en ontwikkelen van data en het delen van kennis via het Kennisplatform, én aan de opvolging van het internationale sportbeleid en samenwerkingsverbanden.
Jullie huidige uitdagingen bij het realiseren van sportinfrastructuur zijn complexer dan ooit.
Naast stijgende bouw- en energiekosten spelen steeds schaarsere budgetten en belastende vergunningsprocedures een rol. Archeologisch onderzoek, ecologische compensaties, geluidsnormen en ruimtelijke bestemmingen maken projecten ook tijdrovend en juridisch uitdagend. Europa legt steeds strengere regels op zoals CO2-neutraliteit voor nieuwe publieke gebouwen vanaf 2028, maar de richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen rijmt niet altijd met specifieke sportinfrastructuur als ijsbanen of zwembaden. Daarnaast is het aandeel recreatiegebied in de “Vlaamse ruimteboekhouding” beperkt. Locaties om sportinfrastructuur te mogen bouwen staan vaak onder druk door andere (meer commerciële) invullingen.
Bovendien wordt de klimaatopwarming voelbaar. De droogte tast grasvelden aan en de hogere temperaturen hebben een effect op blauwalg en dus watersportfaciliteiten. Ook de exploitatie vormt een knelpunt: sportinfrastructuur heeft een maatschappelijke functie, maar de inkomsten dekken zelden de kosten. We kampen tevens met wachtlijsten omdat de sportinfrastructuur vol zit en we op piekuren (vaak in het weekend) over een grote capaciteit moeten beschikken. Veel infrastructuur is ook gebouwd in de sixties en seventies en is niet-energie-efficiënt. Daarom is er nood aan creatieve exploitatiemodellen, PPS-constructies, samenwerkingen met verschillende stakeholders en een multifunctionele invulling. Daarenboven is sportinfrastructuur dikwijls atypisch onroerend goed met een levensduur van 20 tot 30 jaar; een doordachte levenscyclusbenadering en denkoefening om een project ‘future proof’ te maken zijn essentieel. Tot slot vergt de integratie van duurzaamheid, digitalisering en inclusie een specifieke expertise en visie, wat niet altijd evident is voor lokale besturen of kleinere initiatiefnemers.
Paardrijsimulator in Waregem Sport Vlaanderen
Welke financiële instrumenten stelt Sport Vlaanderen ter beschikking voor de realisatie van sportinfrastructuur?
Voor topsportinfrastructuur, die prioritair wordt gebruikt door erkende topsportfederaties, is er er een oproep in het eerste jaar na een olympiade met een cofinanciering van 50% tot 4 miljoen euro. Hierbij subsidiëren we vooral de sportfederaties. Voor bovenlokale sportinfrastructuur voorzien we structurele cofinanciering tussen 19,5 en 30% (gemiddeld 21 à 22%) ; de rest moet door de lokale besturen of privépartners worden bijgepast. Afhankelijk van het beschikbare budget kunnen actoren in de sportsector één of twee keer per jaar bij ons een subsidiedossier voor bovenlokale sportinfrastructuur indienen en hiervoor zit minstens 5 miljoen per jaar in de pot.
Er zijn ook specifieke projectoproepen, zoals in de vorige legislatuur voor atletiekterreinen, energiebesparende maatregelen in zwembaden, motorcrosscircuits en schoolsport. Bovendien zwemmen kinderen onvoldoende omdat er te weinig zwemwater is; een zwembad exploiteren is immers peperduur en steeds meer (verouderde) zwembaden moesten de jongste jaren sluiten. Daarom investeren we nu gedurende 30 jaar in 40 nieuwe publieke zwembaden jaarlijks 150.000 euro per zwembad (4,5 miljoen euro per project of 180 miljoen euro in totaal), zodat we kunnen terugkeren naar de situatie in 2010. Om die financiering te bekomen moeten zwembaden goed toegankelijk zijn én een zo breed mogelijk publiek bereiken. We zijn hiermee begin juni gestart en ontvingen al de eerste subsidieaanvragen. Tegelijk willen we de energiebesparende maatregelen voor zwembaden die we de voorbije twee jaar stimuleerden met cofinanciering uit het Vlaams Klimaatfonds graag voortzetten. We steunen ook de komende drie jaar openwaterzwemlocaties en nieuwe en te vernieuwen kunstgrasvelden.
Subsidiekansen via Sport Vlaanderen
Sport Vlaanderen beheert structurele subsidiekaders om het tekort aan sportinfrastructuur weg te werken en lanceert projectoproepen waar de nood hoog is. Het steunt initiatiefnemers die sportinfrastructuur willen bouwen of renoveren via verschillende subsidiekanalen:
- Bovenlokale sportinfrastructuur: structureel subsidiekader met cofinanciering tot 30% van de bouw- of renovatiekosten;
- Topsporttrainingsinfrastructuur: bij de start van een nieuwe olympiade kunnen topsportfederaties tot 50% steun krijgen met een maximum van 4 miljoen euro;
- Publieke zwembaden: permanent kader waarbij de Vlaamse overheid dertig jaar lang jaarlijks 150.000 euro per zwembad investeert in 40 nieuwe zwembaden;
- Steun aan minstens vier grote PPS-projecten: 300 miljoen euro over dertig jaar;
- Energie en duurzaamheid: extra middelen voor energiebesparende maatregelen, de renovatie van kunstgrasvelden en de ontwikkeling van openwaterlocaties;
- Groepsaankopen: voordelige raamcontracten voor o.a. kunstgrasvelden, atletiekpistes en Finse pistes zorgen voor schaalvoordelen, kwaliteit en technische en administratieve ontzorging.
Meer info en actuele oproepen vind je op de website van Sport Vlaanderen
Ninja Warrior-parcours in Herentals
Dry slope in Genk
Groepsaankopen bieden lokale besturen niet alleen schaalvoordelen, maar ook kwaliteit en gemoedsrust.
De Vlaamse Regering voorziet eveneens de middelen om 300 miljoen euro over dertig jaar op minstens vier grote PPS-projecten in te zetten.
Vooreerst willen we in Hofstade het grootste zwembadcomplex met een olympisch bad en een 25 m-bad realiseren en er een echt watersportdomein van maken met een geprivatiseerd golfsurfbad en een geprivatiseerde dubbele waterskibaan op de waterplas. Daarnaast richten we i.s.m. Howest in Brugge en de stad Brugge onze aandacht op exergames (een combinatie van 'exercise' en 'games') of videogames die door lichamelijke beweging een positief cardiovasculair effect teweegbrengen (het exercising-luik). Howest is overigens voor het derde jaar op rij de eerste school ter wereld in gamification. We zetten ook in op golfsimulators waarbij je je afslag kan meten. De andere twee projecten zijn ijsbanen in Hasselt en Herentals. We hebben zelfs een vijfde project in gedachten dat focust op het watersportcentrum Hazewinkel in Willebroek.
Sport Vlaanderen faciliteert ook groepsaankopen.
Ze zijn een efficiënt en onderbouwd instrument om – waar standaardisatie mogelijk is – o.m. schaalvoordelen na te streven. Lokale besturen, sportclubs en andere aanbieders kunnen via onze raamcontracten tegen gunstige voorwaarden investeren in grotere projecten zoals Finse pistes, atletiekpistes en kunstgrasvelden. Dit kan leiden tot een lagere prijs, betere kwaliteitsgarantie en volledige administratieve en technische ontzorging. We zorgen ervoor dat de aangekochte infrastructuur voldoet aan alle sporttechnische normen en duurzaamheidscriteria.