Gerenoveerde én nieuwe leeromgevingen vormen samen future‑proof stadscampus in Mechelen
Campus De Vest op de historische Mechelse vesten vormt letterlijk de schakel tussen de binnenstad en het open buitengebied. De nieuwe gebouwen zetten in op een eenheidsbeeld van het totaal, zodat de voorheen losse volumes als één coherente stadscampus worden gelezen in het straatbeeld. Het ontwerpteam TV Stramien–Arcade organiseerde alle toegangen en circulaties rond een interne ‘binnenstraat’, de Utopiastraat, die zowel de ruggengraat van de campus als een veilig koppelstuk vormt tussen het openbaar domein, de Dijleterrassen en de verschillende bouwdelen. Aan de Dijlezijde wordt de campus trapsgewijs naar het water toe geopend met terrassen en een royale zittrap, waardoor de leeromgevingen visueel en fysiek aansluiten op de publieke ruimte aan de rivier.
Architectuur, draagstructuur en gevelopbouw
De uitbreiding verdubbelt de capaciteit van de campus tot een nieuwe thuis voor ongeveer achtduizend studenten, met in totaal circa 9.500 m² bijkomende nieuwbouw bovenop de bestaande volumes. Constructief werd gekozen voor een robuuste betonstructuur met grote overspanningen, waarbij geprefabriceerde kolom‑ligger‑ en vloerelementen instaan voor draagkracht, akoestische massa en thermische inertie.
Langs de Dijle ontstaat daardoor een duidelijk tweedelig volume: twee massieve torens met circulatiekernen en secundaire functies flankeren een open gordijngevel in natuurkleurig geanodiseerd aluminium, die de transparante leer- en verblijfsruimtes als lichte schil naar het water toe presenteert. De gevels zijn opgevat als modulair gevelelementen-systeem met variërende perforatiegraad per oriëntatie; drievoudige beglazing en matte structuurbeglazing balanceren energetische performantie, daglichtinval en beperking van directe zoninstraling.
Aan de bestaande zuidgevel langs de Dijle werd de klassieke textiele zonwering vervangen door een zonnegevel met dunne, semitransparante PV‑panelen, die tegelijk oververhitting reduceren en elektriciteit opwekken. Bouwkundige beschaduwing, diepe gevelopeningen en het uitspelen van de massa‑inertie van het beton zorgen ervoor dat passieve koeling maximaal wordt benut vóór actieve systemen worden aangesproken.
Faciliteiten en programma
Campus De Vest is opgevat als een gelaagde leer‑ en leefomgeving met een brede waaier aan faciliteiten. Centraal ligt een ruime ‘huiskamer’ als gedeelde living, waar studenten kunnen studeren, ontspannen en elkaar ontmoeten, geflankeerd door een open leercentrum met toegankelijke werkplekken en uitleenlaptops.
Het studentenrestaurant is dagelijks geopend en biedt warme en koude maaltijden, maar is tegelijk ontworpen als social hub die kan schakelen tussen refter, werkplek en foyer; strategisch gepositioneerd tussen leercentrum en grote aula zorgt het voor dubbelgebruik bij lezingen, proclamaties en events. De campus beschikt verder over een grote aula voor circa 450 personen, elf flexibele leslokalen, hybride lokalen voor online en fysieke lessen, projectlokalen en een volwaardig VR‑lokaal voor experimenten met virtual reality en simulaties.
Boven de sokkel liggen drie groene daktuinen, waarvan er twee volledig toegankelijk zijn en uitzicht bieden over Mechelen; zij functioneren als buitenlesruimte, pauzezones en klimaatbuffer met groendakopbouw. Aan de Dijle creëren terrassen en een grote zittrap extra verblijfsplekken, zodat studenten kunnen werken of lunchen aan het water met directe relatie tussen interieur, buitenruimte en stadslandschap.
Technieken, energieconcept en comfort
Thermisch steunt de campus op een hybride energieconcept met geothermie, bodemenergie‑opslag (BEO/KWO) en warmtepompen, aangevuld met een gascondensatieketel als back‑up in piekmomenten. Een KWO‑systeem met twee putten en een BEO‑veld levert seizoensopslag van warmte en koude, gekoppeld aan een all‑air afgiftesysteem op lage temperatuur en een tiental vraaggestuurde ventilatie-units type D met warmteterugwinning.
De elektriciteitshuishouding wordt ondersteund door PV‑velden in oost‑westopstelling op de hoge daken en door de zonnegevel langs de Dijle, aangestuurd via een gebouwbeheersysteem dat verlichting, ventilatie en comfort scenario‑gestuurd regelt op basis van bezettingsgraad en daglicht. Regenwater wordt gebufferd in grote volumes en ingezet voor toiletspoeling, wat in combinatie met de groendaken de waterhuishouding van de intensief gebruikte campus optimaliseert.
Mobiliteit en exploitatie
De opening in september 2025 viel samen met de ingebruikname van een ondergrondse fietsenstalling met plaats voor 304 fietsen, 44 oplaadpunten voor e‑fietsen en steps, ruime stallingen voor bakfietsen en luxueuze kleedkamers met douches, lockers en droogkasten. Bovengronds zijn nog eens een 90-tal extra fietsplaatsen voorzien, zodat het mobiliteitsconcept vanaf het eerste academiejaar volledig operationeel is en de nadruk op duurzame verplaatsingen concreet wordt gemaakt.
Voor exploitanten en facility managers vormen de eerste jaren na 2025 een testfase waarin KNX‑sturing, BMS‑scenario’s, KWO‑prestaties en het gebruik van een VR‑lokaal, aula en daktuinen worden verfijnd op basis van de reële bezettingsprofielen. Dankzij de robuuste bouwkundige schil, de modulaire gevelopbouw en de ‘vrije plattegronden’ blijven toekomstige transformaties ruimtelijk en technisch opvangbaar binnen het nu bestaande kader.
Foto’s © Thomas More