MSKA Roeselare verdicht campus Groenestraat met compacte, gestapelde nieuwbouw
De nieuwbouw wordt ingeplant in het hart van de campus en sluit qua volumetrie en bouwhoogte aan bij het bestaande gebouw, waardoor het project zich logisch inschrijft in het bestaande geheel. Door gerichte sloop en een herorganisatie van de buitenruimte wordt bijkomende ruimte gecreëerd voor circulatie en logistiek, zonder de compacte stedelijke inpassing te verstoren.
Ruimtelijke structuur en concept
Het gebouw is opgevat als een gestapelde structuur met een rationeel planraster dat flexibiliteit en toekomstgericht gebruik mogelijk maakt. De draagstructuur volgt een repetitief grid met overspanningen die zowel afgestemd zijn op standaard klaslokalen als op grotere praktijkruimtes, waardoor een zekere mate van programmatische uitwisselbaarheid behouden blijft. De planorganisatie vertrekt vanuit een duidelijke scheiding tussen rustige leeromgevingen en lawaai-intensieve praktijkzones, waarbij de circulatieruimtes als schakel fungeren en visuele relaties tussen verschillende functies mogelijk maken. Verticale circulatiekernen worden strategisch ingeplant om een heldere ontsluiting en korte looplijnen te garanderen, terwijl de koppeling met het bestaande gebouw gebeurt via een luifelstructuur die zowel als overgangsruimte als oriënterend element binnen de campus fungeert.
Praktijkinfrastructuur en technische vereisten
Een belangrijk onderdeel van het project is de uitbreiding van de praktijkinfrastructuur voor voedings- en bakkerijopleidingen, waar specifieke technische eisen gelden. De inrichting van deze ruimtes houdt rekening met de nood aan performante ventilatie en luchtbehandeling voor het afvoeren van warmte en dampen, evenals met hygiënische afwerkingsmaterialen die intensief gebruik en frequente reiniging toelaten. De ateliers worden gekoppeld aan ondersteunende functies zoals opslag-, koel- en voorbereidingsruimtes, georganiseerd volgens een logische interne werkstroom. Ook voor andere technisch-beroepsgerichte opleidingen worden werkplaatsen voorzien met aangepaste nutsvoorzieningen en voldoende vrije hoogte, zodat de ruimtes inzetbaar blijven voor evoluerende onderwijsprogramma’s.
Gevelopbouw en ‘daglichtstrategie’
De gevelopbouw wordt gedifferentieerd uitgewerkt in functie van het achterliggende programma. Transparante geveldelen ter hoogte van circulatiezones en ateliers zorgen voor daglichttoetreding en visuele interactie, terwijl meer gesloten delen worden toegepast waar technische randvoorwaarden of oriëntatie dat vereisen. In de leslokalen wordt ingezet op een evenwichtige daglichtstrategie met aandacht voor visueel comfort en het beperken van verblinding, wat essentieel is in een leeromgeving waar zowel theorie als praktijkactiviteiten plaatsvinden.
Duurzaamheid en materiaalgebruik
Op het vlak van bouwfysica en duurzaamheid wordt gebruikgemaakt van een compacte bouwvorm die een gunstige verhouding tussen schil en volume oplevert, wat bijdraagt aan de energie-efficiëntie van het gebouw. De gebouwschil wordt uitgewerkt volgens hedendaagse prestatienormen, aangevuld met ventilatiesystemen die afgestemd zijn op wisselende bezettingsgraden en intensief gebruik. Tegelijk wordt ingezet op robuuste en onderhoudsarme materialen die geschikt zijn voor een schoolomgeving met een hoge gebruiksintensiteit.
Uitvoering en fasering
De realisatie gebeurt via een bouwteamformule (V2-Himpe), waardoor ontwerpkeuzes, budget en uitvoeringsmethodiek vroegtijdig op elkaar worden afgestemd. Dit is cruciaal gezien de werken plaatsvinden op een operationele campus. De uitvoering wordt gefaseerd georganiseerd om de continuïteit van de schoolwerking te waarborgen, met bijzondere aandacht voor veilige en leesbare tijdelijke circulatieroutes en een duidelijke scheiding tussen werf- en schoolzones.
Beeld © V2