Referentieproject voor toekomstige scholenbouw in verstedelijkte context
De nieuwe Jan Van Eyckschool in Gent krijgt een grootschalige, stedelijke campus op de voormalige Fluviussite aan de Ham, ontworpen als een toekomstgerichte leeromgeving voor ongeveer 2.000 leerlingen en meer dan 400 personeelsleden, met ingebedde buurtfuncties en een nieuw wijkpark als directe ruimtelijke partner. Deze megacampus wordt ontwikkeld in opdracht van de Scholengroep Katholiek Onderwijs Gent (SKOG/Connected) met een ontwerpteam rond BEEL Architecten in samenwerking met Abscis Architecten, Compagnie-O en Omgeving voor de landschapsarchitectuur. De school moet een belangrijke hefboom vormen in de herontwikkeling van de wijk Sluizeken–Tolhuis–Ham.
Renovatie van erfgoed, nieuwbouw, mobiliteit en buurtintegratie komen samen in één geïntegreerd masterplan
Stedelijke inbedding
De campus komt op de zuidelijke helft van de Fluviussite, in het bouwblok tussen Bomastraat en Ham, in de stadszone tussen Dampoort en Dok Noord. De site, een voormalige nuts- en bedrijfslocatie, wordt omgevormd van een grotendeels verharde bedrijfsomgeving tot een gemengd stadsweefsel met onderwijs, publieke ruimte en groen.
In de nieuwe Jan Van Eyckschool worden vijf secundaire scholen van SKOG fysiek samengebracht: OLVI Gent, Nieuwen Bosch Humaniora, HTI Sint-Antonius, IVIO Binnenhof en Sint-Lievenscollege Business. Zij behouden hun eigen onderwijsprofielen en studierichtingen, maar delen infrastructuur en campus in één grote organisatie voor modern, grootstedelijk secundair onderwijs. Met een investeringsvolume van enkele tientallen miljoenen euro (met een belangrijke financieringscomponent via de Vlaamse overheid) is dit één van de grootste recente scholenbouwprojecten in Gent.
Programma
De programmatie omvat:
- Algemene leslokalen voor de verschillende onderwijsvormen en studierichtingen.
- Gespecialiseerde praktijkruimtes voor technische, beroepsgerichte en commerciële opleidingen (o.a. voor richtingen met restaurant-, garage- of kapsalonfuncties).
- Een groot auditorium voor pedagogische, culturele en publieke evenementen.
- Stille werkplekken, projectruimtes en flexibel indeelbare leeromgevingen voor zelfstandig en gedifferentieerd leren.
- Een sporthal en sportinfrastructuur die ook buiten de schooluren door verenigingen en buurt kan worden gebruikt.
Megacampus met een gelaagde opbouw van publieke, semi-publieke en private (schoolgebonden) zones
Stedenbouwkundig en architecturaal concept
De campus wordt opgezet als een compacte, grootstedelijke megacampus met een gelaagde opbouw van publieke, semi-publieke en private (schoolgebonden) zones. De organisatie in de diepte van het bouwblok koppelt de bestaande straatkanten aan een nieuw binnengebied en maakt tegelijk een heldere relatie met het toekomstige wijkpark mogelijk. Een belangrijk uitgangspunt is de combinatie van renovatie en nieuwbouw. Bestaande gebouwen met erfgoedwaarde op de Fluviussite, waaronder een voormalige hoogspanningscabine en industriële structuren, worden maximaal behouden, gerenoveerd en geïntegreerd in het architectuurconcept. Zij fungeren als robuuste dragers waar nieuwe volumes worden rond geschikt, zodat de campus zowel historisch verankerd als toekomstgericht oogt.
De nieuwbouwvolumes – met klasclusters, praktijkvleugels, mediatheek, administratie en ontmoetingsruimtes – worden zodanig gepositioneerd dat:
- de bouwhoogtes stapsgewijs schakelen tussen straat, binnengebied en park;
- er een optimale bezonning is van de buitenruimtes;
- zichtlijnen naar het park, de wijk en de erfgoedgebouwen bewaard of geaccentueerd worden;
- de campus leesbaar blijft voor gebruikers en bezoekers.
Ruimtelijk ontstaat er een netwerk van binnenpleinen, circulatieroutes en trappen dat verschillende delen van de campus en de omgeving met elkaar verbindt. Binnen en buiten worden sterk op elkaar afgestemd, met transparante plinten en zichtbare leeractiviteiten langs belangrijke circulatielijnen.
Leren, werken en ontmoeten
De campusarchitectuur ondersteunt meerdere types leren en gebruiken. Naast de klassieke klaslokalen is er een uitgesproken focus op:
- Praktijkruimtes met realistische leeromgevingen, zoals een restaurant, kapsalon of garage die zowel lescontext als publiekgerichte dienstverlening kunnen opnemen.
- Een centraal auditorium dat dienstdoet voor studiedagen, voorstellingen, conferenties en externe evenementen, en waarmee de school zich ook naar de stad toe kan openen.
- Stille studieruimtes en open leerlandschappen waar individuele en groepswerken flexibel georganiseerd worden.
De verschillende studierichtingen – van algemeen vormend tot technisch en beroepsgericht – krijgen zo herkenbare plekken, maar blijven ingebed in één campusstructuur met gedeelde voorzieningen. Dit maakt uitwisseling tussen richtingen, gedeeld gebruik van infrastructuur en een dynamische campuswerking mogelijk.
Voor het personeel wordt voorzien in eigentijdse werkplekken die niet langer louter als traditionele leraarskamer functioneren, maar eerder als een mix van vergader-, overleg- en concentratieruimtes. Samen met de pedagogische ruimtes vormt dit een lerende organisatie in architecturale vorm.
Een centraal auditorium voor studiedagen, voorstellingen, conferenties, ... en externe evenementen
Binnen en buiten worden sterk op elkaar afgestemd
Buurtintegratie, mobiliteit en buitenruimte
De nieuwe Jan Van Eyckschool is expliciet opgevat als “school in de wijk, wijk in de school”. De noordelijke helft van de Fluviussite wordt ontwikkeld tot een openbaar wijkpark van minstens één hectare, waarmee de campus vrijwel naadloos aansluit op een grote groene publieke ruimte. De campus wordt geperforeerd met doorsteken, zichtassen en toegangen die de wijk, de school en het park met elkaar verbinden. Een aantal functies wordt bewust buurtgericht geprogrammeerd:
- De sporthal en sportinfrastructuur zijn buiten de schooluren toegankelijk voor verenigingen en buurtinitiatieven.
- De publieksgerichte praktijkruimtes (restaurant, kapsalon, garage) kunnen naargelang de organisatie deels opengesteld worden voor een breder publiek
- Het auditorium biedt ruimte voor lezingen, culturele activiteiten en evenementen in samenwerking met externe partners.
In termen van mobiliteit kiest het project radicaal voor een autoluwe aanpak. Op de campus zelf komen geen klassieke parkeerplaatsen; gemotoriseerd verkeer wordt beperkt tot noodzakelijke leveringen en logistiek. Voor leerlingen en personeel spelen fiets en openbaar vervoer de hoofdrol, ondersteund door ruime, kwalitatieve fietsenstallingen en een duidelijke, veilige ontsluiting naar de omliggende straten.
De voormalige bedrijfsverharding wordt in grote mate opgebroken. In de plaats komen:
- groene verblijfsruimtes met bomen, zitranden en informele ontmoetingsplekken;
- infiltratiezones en een doordacht waterbeheer om hittestress en wateroverlast te beperken;
- buitenklassen en educatieve tuinen die rechtstreeks gekoppeld zijn aan de onderwijspraktijk.
De landschappelijke uitwerking maakt van de campus geen geïsoleerd eiland, maar een schakel in een groter netwerk van groen en zachte mobiliteit tussen Dampoort, Dok Noord en de binnenstad.
- De sporthal en sportinfrastructuur zijn buiten de schooluren toegankelijk voor verenigingen en buurtinitiatieven
praktijkruimtes kunnen naargelang de organisatie (deels) opengesteld worden voor een breder publiek
Ingebed in een breder traject
De ontwikkeling van de Jan Van Eyckschool is ingebed in een breder traject van stedelijke planning, consultatie en participatie. De stad Gent bepaalt randvoorwaarden op het vlak van mobiliteit, erfgoed, bouwvolume en groen, terwijl de scholengroep als bouwheer in dialoog treedt met personeel, leerlingen, ouders en buurtbewoners. In aanloop naar de geplande ingebruikname – ten vroegste in 2028 – worden bijkomende afspraken gemaakt over het gedeelde gebruik van sporthal, park en publieksfuncties. Tegelijk lopen ontwerp- en uitvoeringsfasen waarin het multidisciplinaire team de ambities rond duurzaamheid, circulariteit, energie en toekomstbestendig ruimtegebruik verder concretiseert.