Antwerpse sportinfrastructuur kan heel veel Sinjoren bekoren
Hoe ziet de Antwerpse sportinfrastructuur eruit: hoeveel publieke en private sportterreinen zijn er? Welke zijn de belangrijkste sportaccommodaties?
Stijn De Rooster: "De (stedelijke) sportinfrastructuur omvat 25 sporthallen, 15 schoolsporthallen (met een 16de, Gallifort in Deurne, in aanbouw), elf sites in openlucht en 13 zwembaden waarvan elf indoor en twee in openlucht. Die aantallen mogen echt wel gezien worden. De sporthallen en openluchtsites zijn in eigen beheer. Voor de schoolsporthallen werken we samen met verschillende onderwijsnetten. We hebben negen overdekte stedelijke zwembaden, één openluchtzwembad (De Molen), één ecologische zwemvijver (Boekenberg) en twee zwembaden via een pps-constructie met Sportoase (Veldstraat en Groot Schijn met binnen- en buitenbaden). Onze erkende zwemzone met toezicht in het Bonapartedok (’t ZwemDok) wordt alvast tot en met 2029 uitgebaat door Sportoase. Het zwemseizoen in ’t ZwemDok loopt van midden juni tot eind augustus. Het is alle weekends open én er is extra ruimte voor verruimde openingsuren en bijkomende openingsdagen bij warm weer. Dertig tot 35 zwembaden zijn in de zomer open en kunnen tijdens de weekends, op extra warme dagen en bij events zoals de Tall Ships Races flexibel worden ingezet. Daarnaast hebben we nog 120 stedelijke sportconcessies (in verschillende beheersvormen, zoals gedeeld beheer door sportclubs.
De stevige inhaalbeweging met collectieve inspanningen en forse investeringen van de voorbije twaalf jaar werpt overduidelijk haar vruchten af. Tegelijk beseffen we maar al te goed dat we het ons niet kunnen permitteren om op onze lauweren te rusten. Een stad die groeit en steeds meer sport en beweegt – twee op de drie volwassen Antwerpenaren geeft via onze eigen monitor aan op wekelijkse basis te bewegen en/of te sporten! - brengt immers behalve veel kansen ook enorme uitdagingen met zich.
Alle infrastructuur is dus belangrijk, maar het is wel duidelijk waar onze prioriteiten liggen. Kwaliteitsvolle en duurzame infrastructuur is cruciaal om zoveel mogelijk Antwerpenaren aan het bewegen en sporten te krijgen. Daarom dragen we via een intense renovatiegolf goed zorg voor de vaak in de seventies gebouwde infrastructuur en schakelen we samen met onze clubs een versnelling hoger bij het opwaarderen van sportconcessies (via investeringssubsidies en -toelagen). Daarnaast zetten we nog meer in op gedeeld gebruik via het maximaal openstellen van schoolsportinfrastructuur en het verder uitbouwen van onze grote sportclusters tot echte sporthubs (Wilrijkse Plein, Het Rooi in Berchem, de Rode Loop, Park Groot Schijn) die actieve clubs, individuele sporters en bezoekende scholen een brede waaier aan kwaliteitsvolle sportinfrastructuur op maat bieden. Een mooi voorbeeld is de open, groene en multifunctionele sportcluster Het Rooi met twee sporthallen, voetbal- en korfbalvelden, tennis- en padelbanen, een atletiekpiste, een basketbalveld en outdoor fitness. Tijdens de voorbije zomer werd deze cluster verder uitgebreid met twee nieuwbouwprojecten en kunstgrasvelden.
We spelen ook in op de vraag naar meer sportspecifieke infrastructuur (atletiek, gymnastiek, vecht- en danssport, voetbal: kunstgras) en durven ook out of the box denken en neven- en herbestemmingen plannen waarbij we (grotendeels) leegstaande en dus onderbenutte kerken nieuw leven inblazen en er een maatschappelijk waardevolle invulling aan geven. Zo wordt de Sint-Catharinakerk op het Kiel deels omgebouwd tot een klimkerk. De voormalige Sint-Jan Maria Vianneykerk in Wilrijk wordt omgevormd tot de gymkerk van turnvereniging Apollo. We stellen ook jaarlijks 2 miljoen euro ter beschikking van sportclubs om zelf te investeren in hun infrastructuur (ramen, daken, aanleg nieuwe sportvelden, …), waarbij ze verspreid over vijf jaar van maximum 200.000 euro mogen genieten met een maximuminleg van 70% door de stad. Dat werkt heel goed en daar wordt veel gebruik van gemaakt.
Onze zweminfrastructuur verdient een afzonderlijke vermelding. Nergens anders vind je immers zoveel zwemwater als in de stad Antwerpen. Tijdens mijn eerste weken als sportschepen stond ik dan ook versteld dat het niet goed gesteld is met de zwemvaardigheid van de Vlaamse en dus ook de Antwerpse jeugd en dat sommige scholen niet meer gaan zwemmen. Voor mij was het dan ook zonneklaar dat ‘leren zwemmen’ een absolute prioriteit zou worden. Het is nog te vroeg om van een kentering te spreken, maar ik ben ervan overtuigd dat we met ons beleidsplan ‘leren zwemmen’ op de goede weg zijn. Naast het efficiënter en doelgericht inzetten van het bestaande zwemwater in functie van de doelstelling ‘leren zwemmen’ liep in nauwe samenwerking met schepen Ait Daoud een succesvol testproject met mobiel en bereikbaar zwemwater. Met het mobiele zwembad van Swimwise brengen we zwemwater dichter bij de scholen en de honderden kinderen van eerst Luchtbal en nadien Linkeroever. We zetten ook samenwerkingen op met zwemscholen voor naschools gebruik, zodat we het bad optimaal kunnen benutten en zoveel mogelijk Antwerpse kinderen de kans kunnen geven om kwaliteitsvol en veilig te leren zwemmen. De tussentijdse evaluatie was heel positief. Ook van de scholen zelf, waarvan sommige dus tot voor kort geen zwemlessen konden aanbieden, kregen we veel bijval. Scholen botsen vaak op logistieke problemen, maar met een zwembad op wandelafstand neem je dat obstakel weg. Minder tijd op de bus is meer tijd in de klas. Elke minuut die we winnen, telt zowel voor zwemles als voor lesgeven. Het testproject liep tot eind vorig schooljaar. Omdat we geen kostbare tijd wilden verliezen hebben we intussen het aanbestedingsproces in functie van de aankoop van een mobiel zwembad van 15 x 6 m in gang gezet. Dat willen we inzetten op plaatsen waar geen zwembad is of de afstand tot het aanwezige zwemwater een hindernis vormt. In die trailer zitten behalve een zwembad om te leren zwemmen (dus niet om recreatief te zwemmen) ook sanitair, douches en kleedkamers."
Nergens anders vind je zoveel zwemwater als in Antwerpen.
Hoeveel sportclubs telt Antwerpen en hoeveel mensen zijn hierbij aangesloten? Welke sportclubs zijn het populairst?
Stijn De Rooster: "We tellen ongeveer duizend sportclubs, waarvan er intussen 415 (dat aantal schommelt altijd wat) erkend zijn als sportaanbieder door de stad. Ze moeten voldoen aan een aantal voorwaarden en krijgen in ruil verschillende vormen van ondersteuning. Het overgrote deel van de erkende Antwerpse sportaanbieders (steeds meer komen andere soorten sportaanbieders in beeld die via een structureel sportaanbod bijdragen aan de stedelijke sportdoelstellingen) komt in aanmerking voor financiële ondersteuning via verschillende subsidievormen en voor het huren van stedelijke sportinfrastructuur tegen een voordeeltarief. Dat laatste geldt ook voor scholen! We kunnen hier echter geen totaal aantal leden op plakken. Je moet natuurlijk het onderscheid maken tussen populaire sporttakken en sportclubs die goed in de markt liggen en vele leden (kunnen) aantrekken. Dat heeft ook te maken met de organisatiestructuur, de infrastructuur, gekwalificeerde coördinatoren en trainers, vrijwilligers, …
De Antwerpse clubs met het grootste aantal (evenwel niet allemaal actieve) leden zijn de Deurnese IJsberen, de Bergsportvereniging Provincie Antwerpen (BPA) die mee in de klimkerk op het Kiel is gestapt, voetbalclub City Pirates, tennisvereniging Azua, Turnkring Deugd en Moed, tennis- en padelclub Borgerweert, hockeyclub HC Olympia, tennisclub Den Brandt, dansschool Danzateljee en voetbalclub Beerschot. De grootste sporttakken (gebaseerd op de top dertig van clubs met de meeste leden) zijn tennis, voetbal, bergsport en klimmen, gymnastiek, basketbal, vechtsport, danssport en zeilen.
De populairste sporttakken, gebaseerd op het recentste brede sportparticipatieonderzoek en onderverdeeld in verschillende (leeftijds)categorieën, zijn in het lager onderwijs voetbal, zwemmen, dans, gymnastiek en vechtsport; in het secundair onderwijs voetbal, wandelen, fitness, fietsen en lopen; en bij volwassenen wandelen, fitness, lopen, fietsen en voetbal/zwemmen.
De sportuitval is tussen 12 en 16 jaar het grootst. Naarmate jongeren ouder worden, taant hun belangstelling voor sporten in clubverband en kiezen ze meer voor ongebonden sporten op het publieke domein. Net daarom is het zo belangrijk om nog meer werk te maken van een beweegvriendelijke, toegankelijke, veilige en inclusieve openbare ruimte waar Antwerpenaren zowel heel laagdrempelig (wandelen, lopen, fietsen) als iets formeler (calisthenics, outdoor fitness, urban sports, trap- en 3x3-veldjes, etc.) sportief aan hun trekken komen. Als stad zetten we bijvoorbeeld hard in op urban sports omdat hun vrije, expressieve karakter aansluit bij de leefwereld van jongeren, die steeds meer hun gading vinden in 3x3-basketbal, breaking, panna, skateboarden, enz. Zo werd in Park Spoor Noord de urban sports hall SPRK ingericht."
De onderwijs- en sportcampus aan het kruispunt van de Bosuil en de Gallifortlei in Deurne-Noord omvat een basisschool, een secundaire school en twee moderne sporthallen die ook door sportclubs uit de buurt gebruikt kunnen worden.
Hoeveel sportfaciliteiten maken deel uit van scholen en worden zij buiten de schooluren opengesteld (deelgebruik in open, brede scholen)?
Stijn De Rooster: "Eigenlijk kan je spreken van twee afzonderlijke circuits. Sporting A sluit samenwerkingsovereenkomsten met Antwerpse scholen in verschillende onderwijsnetten voor het naschoolse gebruik van hun sportinfrastructuur, die we niet samen hebben gebouwd en die anders buiten de schooluren niet gebruikt worden. Op die manier zetten we in op gedeeld gebruik om die maximaal te benutten. De voorbije jaren hebben we ook fors mee geïnvesteerd in de bouw van moderne en duurzame schoolsporthallen (KUUB op Nieuw Zuid, de Sporthal Schijn en Gallifort in Deurne). In totaal gaat het om 15 schoolsporthallen (met een 16de in aanbouw) die via jaarlijkse gebruikersaanvragen worden toegewezen aan sportclubs. Daarnaast stelt het Autonoom Gemeentebedrijf Stedelijk Onderwijs Antwerpen (AG SO) vaak in rechtstreeks overleg met sportclubs sportinfrastructuur ter beschikking aan derden, maar op die sport- en beweegoppervlakte en uren hebben wij geen zicht."
Topsport en breedtesport gaan steeds hand in hand in deze stad.
Krijgt Antwerpen van hogerhand capaciteitsmiddelen en subsidies voor zijn heel druk bezette sportinfrastructuur en zo ja, hoeveel en hoe worden ze verdeeld? Wat doet het stadsbestuur om sport (al dan niet flankerend) te steunen en te promoten, bv. hulp bieden bij de organisatie van vakantie(sport)kampen?
Stijn De Rooster: "Dat geldt voor alle lokale besturen. Antwerpen vormt hier geen uitzondering op. Vanuit Sport kunnen we bijvoorbeeld intekenen op de jaarlijkse oproep m.b.t. subsidies voor bovenlokale sportinfrastructuur (een permanent subsidiekader). Die zijn uiteraard niet verworven:
- Het ingediende project moet voldoen aan alle voorwaarden opgelegd door Vlaanderen.
- De minimale investeringswaarde voor sportgerelateerde investeringskosten bedraagt 641.748,68 euro (exclusief btw).
- Er is een plafondbedrag van 1,6 miljoen euro vastgelegd (maximum 30% van het aanvaarde investeringsbedrag).
- Er worden minimale eisen gesteld inzake o.m. de start van de werken, de openstelling voor een breed publiek, markconforme toegangsprijzen, …
Zo trok Vlaanderen voor de ultramoderne schoolsporthal op de GO! campus aan Park Groot Schijn in Deurne een bovenlokale sportsubsidie van 875.000 euro uit. Daarnaast bestaat vanuit Vlaanderen de oproep voor topsportinfrastructuur. Die subsidies gaan enkel naar de bouw, renovatie of inrichting van infrastructuur die prioritair voor topsport wordt gebruikt. Ze worden eenmalig toegekend per olympiade en ook hier gelden een resem voorwaarden: Beleidsmatige criteria:
- De beoordelingsscore moet hoger dan 75% liggen.
- Er is een plafondbedrag van 4 miljoen euro ingesteld (maximum 50% van het aanvaarde bedrag).
- Er zijn een aantal minimale eisen inzake o.a. de start van de werken, een tijdige oplevering, een langdurig zakelijk recht, ...
Een mooi voorbeeld is het Hockey Center of Excellence in sportcluster Wilrijkse Plein in het district Antwerpen. Samen met de Vlaamse Hockey Liga en Sport Vlaanderen zette de stad daar in de zomer van 2021 voor zowat 3 miljoen euro de officiële uitvals- en trainingsbasis van de Red Panthers en de Red Lions neer die tegelijk bijdraagt aan de lokale verankering. Ze beschikken er over een eigen kleedkamer met ijsbadfaciliteiten en hun eigen ‘war room’ om teamtactieken op punt te stellen en wedstrijdanalyses te maken. Er is een gezamenlijke ‘state of the art’ indoor én outdoor fitness voorzien, alsook kinéruimtes, een spelerslounge, een eetruimte, een grote vergaderzaal en een rust- en studeerruimte voor de atleten. De nationale jeugdteams kunnen er trainingen en stages volgen en de high performance staff van de Koninklijke Belgische Hockeybond (KBHB) nam er zijn intrek.
Voor ons als stad ging deze gedeelde investering (wij stonden in voor een subsidiebedrag van 800.000 euro en voor een stuk grond via een recht van opstal) over veel meer dan topsport en onze ambitie om ons te profileren als dé topsportstad voor hockey in Vlaanderen. Het ging óók over de verdere uitbouw van sportcluster Wilrijkse Plein en het groeipotentieel van de plaatselijke hockeyclub HC Olympia. De aanleg van een extra waterveld voor hockey was nodig om de vliegende start van onze Antwerpse hockeytrots door te trekken. Zo zie je hoe topsport en breedtesport steeds hand in hand gaan in Antwerpen.
Onderwijs is en blijft een belangrijke partner van Sporting A, gelet op het belang van een goede motorische ontwikkeling. We proberen scholen zo goed mogelijk te informeren, te begeleiden en te ondersteunen om hun leerlingen aan het bewegen en het sporten te krijgen. Zo is er naschools sporten voor het kleuteronderwijs (Multimove), het lager onderwijs (SportSNACK) en het secundair onderwijs (Sport Na School-pas of SNS-pas). We hebben speciale aandacht voor zwemmen (watergewenning, zwemlessen, opbouw naar zwemvaardigheid) en bereiken vanuit Sport natuurlijk ook heel wat Antwerpenaren met ons eigen aanbod dat heel breed en toegankelijk is; denk maar aan de lessenreeksen Sport & Beweeg Mee en de Antwerpse Sportweken (vakantiekampen doorheen het jaar)."
De gebouwen van de onderwijs- en sportcampus in Deurne-Noord worden georganiseerd rond een open groene binnentuin en worden verwarmd en gekoeld via een BEO-veld.
Welke nieuwe sportinfrastructuurprojecten (nieuwbouw en renovatie) werden recent gerealiseerd en welke zitten nog in de pijplijn? In hoeverre wordt hierbij aandacht besteed aan duurzaamheid, voldoende groen, energie-efficiëntie/energieneutraliteit, een vlotte toegankelijkheid, …?
Stijn De Rooster: "We blijven volop inzetten op en investeren in renovatie en nieuwbouw zodat Antwerpenaren van alle leeftijden in alle veiligheid en comfort en dus met veel aandacht en zorg voor integrale toegankelijkheid kunnen bewegen en sporten.
Enkele in het oog springende projecten zijn:
- sporthallen: renovatie Luisbekelaar;
- openluchtsites: Bouckenborgh met een gedeelde nieuwbouw voor City Pirates en een scoutsgroep + de uitbouw en modernisering van sportcluster Het Rooi in Berchem met twee nieuwbouwen voor voetbalclub Berchem Sport en korfbalclub Minerva;
- kunstgrasvelden: Berchem Sport, FC Ekeren, RVC Hoboken, TOR Deurne;
- inhaalbeweging sportconcessies: Ekeren Donk;
- zwembaden: grondige renovatie van het Park van Merksem en de zwemvijver Boekenberg; aanwinst ’t ZwemDok aan het MAS
Inzake schoolsportinfrastructuur is één van de blikvangers de recent opgeleverde ultramoderne sporthal Groot Schijn in Deurne i.s.m. het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, met een kostenplaatje van ongeveer 7 miljoen euro (Sporting A droeg ongeveer 4 miljoen euro bij, GO! ruim 2,5 miljoen euro en Vlaanderen 875.000 euro). Hij omvat meer dan 3.100 m², wordt intensief gebruikt door de kinderen van de basisscholen én vormt de uitvalsbasis voor de ‘Spectrum Athletes’, de leerlingen van de sportopleiding van de GO! Spectrumschool. Dit is letterlijk een schoolvoorbeeld van gedeeld gebruik en een toonbeeld van duurzaamheid en energie-efficiëntie. Het gebouw is immers volledig CO2-vrij dankzij het ontbreken van een gasaansluiting. De verwarming en warmwatervoorziening gebeuren uitsluitend via een warmtepomp en vloerverwarming. Dit zorgt er in combinatie met een uitstekende isolatie en de installatie van 225 kWp aan zonnepanelen voor dat de hal een uiterst minimaal E-peil haalt.
Een andere recente eyecatcher is KUUB, de gloednieuwe onderwijs- en sportcampus in de Antwerpse wijk Nieuw Zuid waar leren, bewegen en ontmoeten samenkomen, i.s.m. het GO! Het complex biedt 1.743 m² ‘Sport aan de Stroom’ (sporthal, gymzaal en polyvalente ruimte) voor 310 leerlingen, een aantal dat kan aangroeien tot 480. Vandaag beantwoordt het deels ingestorte gebouw aan de strengste veiligheidsnormen. KUUB leent zich voor gedeeld gebruik door scholen en sportverenigingen en voor buurtinitiatieven.
Een in het oog springend lopend project is de nagelnieuwe onderwijs- en sportcampus aan het kruispunt van de Bosuil en de Gallifortlei in Deurne-Noord, intussen in volle aanbouw. Op deze plek komen onderwijs, duurzaamheid en buurtwerking in samenwerking met het Stedelijk Onderwijs. Ook hier gaat het om een miljoeneninvestering door Sporting A. Het complex omvat een basisschool, een secundaire school en twee moderne sporthallen die ook door sportclubs uit de buurt gebruikt kunnen worden. Het heeft een capaciteit van 850 leerlingen en profileert zich als duurzaam en toekomstgericht: de gebouwen worden georganiseerd rond een open groene binnentuin met veel licht en ruimte. Ze worden verwarmd en gekoeld via een BEO-veld, een geothermische bron die warmte en koelte uit de bodem haalt of er weer in pompt. De daken krijgen een groene invulling met zonnepanelen en stadslandbouwzones en het regenwater zal maximaal hergebruikt worden.
Deze state-of-the-art schoolsportinfrastructuur is om verschillende redenen erg belangrijk voor Sporting A. Vooreerst vervullen sport en beweging een belangrijke rol in de brede (motorische) ontwikkeling van kinderen. Vervolgens biedt ze slim en efficiënt ruimtegebruik (zie Gallifort: stapelen!) én gedeeld gebruik door leerlingen, sportclubs en de buurt; in de voortdurende zoektocht naar bijkomende sport- en beweegruimte in onze dense stad biedt het maximaal openstellen van schoolsportinfrastructuur buiten de schooltijd mogelijkheden om die kostbare vierkante meters dubbel te laten doorwegen. Sporthal Groot Schijn, die overdag wordt gebruikt door leerlingen van de GO! Spectrumschool, zorgt voor een strategische uitbreiding van de multifunctionele sportcluster Park Groot Schijn in Deurne. Zowel sporthal Groot Schijn als Gallifort spelen in op de vraag naar meer overdekte sportinfrastructuur in het district Deurne (“Sport maakt meer dan ooit school in Deurne”). KUUB werkt een ontbrekende schakel weg in de levendige wijk Nieuw Zuid zonder harde sportvoorzieningen.
Daar hoeft het evenwel niet bij te blijven. We blijven immers speuren naar strategische, financieel haalbare en duurzame opportuniteiten om nieuwe samenwerkingen aan te gaan en het aantal schoolsporthallen stapsgewijs verder op te trekken. We zijn dus ambitieus, maar altijd kostenbewust want al die sportinfrastructuur komt natuurlijk met een prijs. Renoveren en bouwen is duur, maar je mag niet vergeten dat ook de exploitatie van die infrastructuur een (op)lopende rekening is.
Daarnaast wil ik nog even inzoomen op de Topsportschool aan Fort VI in het district Wilrijk en de handbalacademie. De Topsportschool, die in 2016 werd neergepoot, tracht uit te blinken in sport én leren. Talentrijke jongeren vanaf 12 jaar combineren er hun studies met voetbal, basketbal, tennis, zwemmen, judo of skate. De Topsportschool combineert een sterke algemene vorming met gerichte begeleiding, zodat de leerlingen (hopelijk) hun topsportdroom kunnen waarmaken. Ze volgen 20 uur algemene vakken en 12 uur topsport. Ze hebben allemaal een topsportstatuut (via de topsportfederaties); dat is de voorwaarde om in deze school aan de slag te gaan. Grote troeven van de Topsportschool zijn het brede sport- en lesaanbod (dankzij het ruime assortiment van studierichtingen in de doorstroom-, dubbele en arbeidsmarktgerichte finaliteit kunnen de leerlingen zich op maat van hun talenten voorbereiden op een succesvolle carrière in de sport én in hun latere beroep), de kwalitatieve en moderne (sport)faciliteiten in de school zelf evenals externe (stedelijke) topsportinfrastructuur zoals Topsportbad Wezenberg, de sterke persoonlijke begeleiding en het eigen internaat. Enkele bekende oud-leerlingen zijn judoka Matthias Casse, zwemster Roos Vanotterdijk, basketbalspeelster Marie Vervaet, kunstschaatsster Nina Pinzarrone en voetballer Arthur Vermeeren.
Antwerpen is sinds het schooljaar 2024-‘25 ook de thuishaven van de handbalacademie i.s.m. het Stedelijk Onderwijs. Door zoveel expertise samen te brengen onder één dak profileert Het Gymasion op Linkeroever zich als de beste leerschool voor de handbaltalenten van vandaag en morgen. Ze worden professioneel en multidisciplinair begeleid in functie van hun sportspecifieke, fysieke, cognitieve, mentale en sociale ontwikkeling. Dit breed gedragen project puurt ook zijn kracht uit het engagement van en de samen- en wisselwerking tussen handbalclubs Sasja, Olse Merksem en Uilenspiegel. In haar tweede jaargang liet de handbalacademie een mooie groei optekenen: terwijl het project startte met 22 enthousiaste jongeren, telde de academie vorig schooljaar al 32 jongens en meisjes uit heel Vlaanderen die hun schooltraject combineren met een doorgedreven handbalopleiding. Die veelbelovende start kan alle partners alleen maar meer motiveren om hier zowel op sportief als op academisch vlak een duurzaam succesverhaal van te maken. Sporting A engageert zich (ook financieel met ongeveer 50.000 euro) om de handbalacademie stevig te verankeren in de stad en deelt de ambitie om Antwerpen op termijn te laten uitgroeien tot dé topsportstad voor handbal in Vlaanderen."